|
Hieronder staat een overzicht weergegeven van alle thesisonderwerpen voor het academiejaar 2006-2007 aan het Laboratorium voor Fruitveredeling en –Biotechnologie of aan het Fruitteeltcentrum. Door een onderwerp aan te klikken krijgt u dezelfde informatie als deze van de website van de faculteit. Over deze onderwerpen wordt informatie gegeven op een opendeur-infosessie die doorgaat op donderdag 16 februari 2006 om 17u30 in de Croylaan 42 (2de verdieping). Tijdens deze sessie wordt de context van de onderwerpen verder uitgelegd en kan je ook de laboratoria bezoeken waar het thesisonderzoek zal gebeuren. Nadien krijg je een drankje aangeboden van zelfgemaakte vruchtenwijn en van distillaten. Hierover zijn er geen thesisonderwerpen. De voorgestelde onderwerpen maken deel uit van het onderzoek aan het Laboratorium voor Fruitveredeling en –Biotechnologie (LFVB) en het Fruitteeltcentrum (FTC). In het LFVB trachten we via onderzoek de levensprocessen van fruitgewassen beter te begrijpen en vooral de genetische controle ervan. Zulke kennis is belangrijk voor gericht teelttechnische ingrepen, maar ook voor toepassingen in de veredeling. Het onderzoek heeft een sterk multidiciplinair karakter. De toepassingen die uit het labo-onderzoek voortvloeien worden verder uitgewerkt en getest in het FTC, dat dus het valorisatiekanaal van het labo is. Het FTC werkt onder meer nauw samen met een veredelingsbedrijf, Better3Fruit, dat de nieuwe appelcultivars Greenstar© en Kanzi© heeft geïntroduceerd. Het bedrijf werd trouwens opgericht vanuit het FTC. Wie al iets meer wil weten over het onderzoek en de werking van LFVB en FTC kan een kijkje nemen op de respectievelijke webpagina's. Wie meer informatie wil over het ruimere onderzoekskader van de thesisonderwerpen kan deze vinden op de pagina over het onderzoek aan het Fruitteeltcentrum. Het Laboratorium voor Fruitveredeling en, -Biotechnologie werkt ook nauw samen met het Proefcentrum voor Fruitteelt in Gorsem (Sint-Truiden). Dit centrum heeft een sterke onderzoekstraditie in de gewasbescherming. Een 5 tal eindwerkonderwerpen uit de reeks kaderen in de gewasbeschermingsproblematiek. Overzicht
Bepalen van de bacterievuur gevoeligheid van nieuwe appelrassenEr worden vandaag langs verschillende kanalen nieuwe appelrassen aangeboden aan de fruittelers waarvan de bacterievuur gevoeligheid niet of toch zeker onvoldoende gekend is.
Bestrijding van schimmelziekten in de biologische fruitteelt: screening en optimale positionering van biologische bestrijdingsmiddelen.De producten die ingezet kunnen worden in de biologische fruitteelt tegen schimmelziekten beperken zich tot zwavel en koper. Het gebruik van zwavel kan in sommige jaren oplopen tot meer dan 300 kg/ha. Dergelijke hoeveelheden zijn, al gaat het hier om een natuurlijke hulpstof, ecologisch niet te verantwoorden. Hier moeten andere oplossingen gezocht worden, enerzijds door een beter bestrijdingstijdstip en anderzijds door het zoeken van alternatieve producten o.a. die de plantweerstand verhogen (systemic acquired resistance) of een phyllosfeer creëren waarin pathogene schimmels minder goed gedijen (pH wijziging, stimulering van gunstige micro-organismen). Het thesis onderwerp hier voorgesteld omvat de evaluatie van de gebruikswaarde van een aantal van deze alternatieve producten. Hierbij wordt extra aandacht besteed aan de zoektocht van het optimale toepassingstijdstip van deze producten. Uit veldproeven uitgevoerd door het PCFruit en uit wetenschappelijke publicaties blijkt namelijk dat de positionering van deze behandelingen grotendeels het uiteindelijke resultaat bepalen. De experimenten omvatten labo, semi-field en veldexperimenten. Naast het bepalen van de efficiëntie van de biologische bestrijdingsmiddelen is ook telkens een hystopathologische microscopische analyse van het infectieproces gepland in de verschillende experimenten. Deze kan extra achtergrond informatie bezorgen aangaande de positionering van de behandelingen.
Duurzame fruitteelt: teelttechnische, economische, ecologische en maatschappelijke aspectenDuurzaamheid is een actueel begrip, ook in de landbouw. Alhoewel er een intuïtief aanvoelen is wat het begrip duurzaamheid inhoudt, is hierover in de fruitteelt weinig wetenschappelijke kennis: hoe kan duurzame fruitteelt gedefinieerd worden, wat zijn de verschillende componenten van duurzaamheid in de fruitteelt, hoe kan duurzaamheid op sectorniveau en op bedrijfsniveau gemeten worden…
Fungicide resistentiemonitoring en ontwikkelen/evalueren van anti-resistentie strategieën voor schurft op appel.Bij een meerjarige cultuur zoals de fruitteelt en voor schimmelziekten die herhaalde behandelingen per seizoen vragen is het van groot belang te onderzoeken welke anti-resistentie strategieën mogelijk zijn om de duurzaamheid van een fungicidenfamilie te verlengen. Anti-resistentie strategieën zijn gebaseerd op 3 begrippen: “moderation (matiging), rotation (alterneren en combineren) and saturation (verzadiging)”. Matiging in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is de basis van de geïntegreerde gewasbescherming. Het combineren van fungicidenfamilies moet in functie staan van de complementariteit tussen de samengevoegde producten in werkingsmechanisme en/of werkingsspectrum. Verzadiging of het verhogen van de dosering is een mogelijkheid om op korte termijn tot een oplossing te komen, wanneer nog geen alternatieven ter beschikking zijn. Het thesis onderwerp hier voorgesteld omvat de ontwikkeling van antiresistentie bestrijdingsschema’s tegen sleutelparasieten in de fruitteelt gebaseerd op bovenstaande principes. Er zijn experimenten gepland onder labo condities, in ‘semi-field’ experimenten alsook in het veld onder praktijkcondities. Extra aandacht gaat naar de antiresistentie problematiek van de strobilurines. Daarnaast zal ook retroactief gekeken worden via resistentiemonitoring naar mogelijke resistentieontwikkeling in België tegen de fungiciden gebruikt in de fruitteelt.
Genetische controle en overerving van vruchttextuur eigenschappen bij appelAppel is een gewas met een lage veredelingsefficiëntie, vooral omwille van het sterk heterozygote karakter en de lange generatiecyclus (periode tot de eerste bloemvorming: juveniliteit). Dit geldt vooral voor eigenschappen die pas na de juveniele periode kunnen beselecteerd worden, zoals vruchteigenschappen. Het gebruik van moleculaire merkers enerzijds om de juiste ouders in een veredelingsprogramma te kiezen (MAB) en anderzijds om zaailingen reeds in het eerste jaar te screenen (MAS) zouden het veredelingsrendement aanzienlijk kunnen opdrijven.
Genetische controle van boomarchitectuur en bloemknopvorming bij appel en de invloed van wortels hieropDe groeiwijze en de productiviteit van appelcultivars bepalen in sterke mate het rendement van fruitaanplantingen. Deze eigenschappen zijn een belangrijk element voor de teler bij de keuze van een nieuwe cultivar; het zijn bijgevolg ook belangrijke targets in een appelveredelingsprogramma. Voor veredeling is het belangrijk een goed inzicht te hebben in de genetische controle van groei-eigenschappen en snelle bloemknopvorming. Op basis van zulk inzicht kunnen moleculaire merkers gebruikt worden om ouders te zoeken met de beste allelen voor interessante groeivormen (MAB) of kunnen merkers gebruikt worden om jonge appelplantjes te screenen op aanwezigheid van de beste genencombinatie van de ouders (MAS).
Genetische en biologische diversiteit bij appelGenetische diversiteit is belangrijk, zowel voor behoud van de biodiversiteit als voor landbouwkundige toepassingen, zoals veredeling.
Genexpressie gerelateerd tot de applicatie van vruchtzettingsregulatoren bij peerDit onderwerp kadert in een ruimer project waarin we samen werken met de onderzoekers van de Proeftuin Pit- en Steenfruit (PCF-PPS) te Velm. Jarenlang veldonderzoek rond vruchtzettingsregulatoren leidde tot enkele stellingen waarvoor we proberen de hormonale en moleculaire mechanismen bloot te leggen. Dit met de bedoeling om teeltadviezen te formuleren voor een meer regelmatige vruchtproductie bij appel, aangezien deze teelt vaak met beurtjarigheid te kampen heeft. Er werd een collectie van genen aangelegd coderend voor eiwitten die hiermee verband kunnen hebben. Deze thesis gaat hier dieper op in: we proberen onze resultaten te valideren bij peer, waarvoor reeds jaren met succes een regelmatige vruchtzetting gegarandeerd wordt. Op deze manier hopen we meer inzicht in de betrokken mechanismen te krijgen.
Ontwikkeling van een beslissingsondersteunend systeem voor zwartvruchtrot (Stemphylium vesicarium) bij peerDe meest gevreesde ziekte in de Europese perenteelt van het laatste decennium is ongetwijfeld “zwartvruchtrot”. Deze schimmelziekte maakte eerst zijn opmars in de zuiderse landen en is van daaruit afgezakt naar meer noordelijke landen als België en Nederland. Met de sterke uitbreiding van de perenteelt in Vlaanderen is er een verhoogd risico op een snelle verspreiding. Het onderzoek beoogt door middel van een aantal etiologische en epidemiologische studies meer achtergrondinformatie te verzamelen over de inoculumbronnen en de biologische cyclus van deze schimmelziekte. Op basis hiervan kan een bestrijdingsstrategie worden opgesteld die gebaseerd is op sanitaire, biologische en chemische bestrijdingsmethoden. Voor de praktijk moet dit enerzijds uitmonden in een aantal richtlijnen om de verspreiding van de ziekte te voorkomen en anderzijds in een waarschuwingsmodel dat infectierisico’s inschat op basis van klimatologische en biotische waarnemingen. De specifieke onderwerpen die aan bod komen zijn afhankelijk van de vorderingen van het onderzoek. De analyse van de pathogeniteit van Belgische Stemphylium isolaten, de invloed van klimatologische parameters op de inoculumontwikkeling en optimalisatie van het infectiemodel door inbreng van biologische parameters behoren tot de mogelijkheden.
Proteomics van plant defensie respons na schimmelinfectie bij appelBiotische stress resistentie, en meer in het bijzonder resistentie tegen schimmelinfecties, is een belangrijk onderzoeksthema in ons labo. De schimmel Venturia inaequalis (appelschurft) is een van de belangrijkste bedreigingen in de appelproductie. De meeste appelcultivars zijn zeer gevoelig, maar er bestaan ook resistente cultivars, meestal met een beperkte commerciële waarde. Ondanks de grote bedreiging van deze schimmel is er weinig bekend over het natuurlijke afweermechanisme van de plant ten opzichte van dit pathogeen.
Rendementsbepalende factoren in de klassieke appelveredeling met en zonder biotechnologische ondersteuningDe plantenveredelaar stelt zich tot doel nieuwe rassen te ontwikkelen die voldoen aan de vraag van industrie en consument. Het voorgestelde onderwerp heeft betrekking op appelveredeling, waarvoor het Labo Fruitveredeling en –Biotechnologie samenwerkt met NV Better3Fruit. Als commercieel veredelingsbedrijf staat NV Better3Fruit voor de uitdaging om nieuwe producten op een zo efficiënt mogelijke manier te ontwikkelen. De efficiëntie, en dus de concurrentiekracht, van een commercieel veredelingsbedrijf wordt voor een groot deel bepaald door schaal (aantal kruisingen), technisch-wetenschappelijke kwaliteit en kosten.
De voorkeur van Roze appelluis voor appelvariëteitenRoze appelluis is een belangrijke voorjaarsplaag in appel. Gevleugelde bladluizen vliegen in het najaar van weegbree (de zomergastheer) naar appel, waar wintereitjes gelegd worden waaruit in het voorjaar de populaties ontwikkelen. Na een paar generaties ontstaan opnieuw gevleugelden die afhankelijk van de lichtperiode andere appelbomen koloniseren of weer naar weegbree migreren. De verschillende appelvariëteiten hebben een verschillende gevoeligheid voor aantasting door roze appelluis. We willen in veld- en labotesten nagaan of de gevleugelde luizen effectief een voorkeur hebben om bepaalde variëteiten te koloniseren, of ze verschillende voorkeur hebben in zomer en herfst en of luizenstammen afkomstig van specifieke variëteiten deze voorkeur behouden.
Sequentie-gebaseerde merkers voor vruchtkwaliteit bij appelDit thesisonderwerp kadert in een ruimer project waarbij een collectie van genen opgesteld werd betrokken bij rijping in appel. Dit fenomeen is niet alleen verantwoordelijk voor de uiteindelijke eetkwaliteit van de vrucht, maar draagt ook de sleutel in zich voor de bewaarbaarheid en uitstalleven ervan. Genen zullen geselecteerd worden waarvan we de beschikbare sequentie-informatie zullen gebruiken om merkers te ontwikkelen. Deze zullen ons zullen toelaten om deze genen te “mappen” op een beschikbare genetische kaart. Tevens gaan we deze merkers toepassen bij de beschikbare collectie van genotypes op het Fruitteeltcentrum: zo kunnen we interessante ouders karakteriseren om te gebruiken in toekomstige veredelingsschema’s.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Copyright © Katholieke Universiteit Leuven | reacties op de inhoud: Katrien Demeyer Realisatie: Maarten Keulemans | Laatste wijziging: 10-02-2006 | Disclaimer URL: http://www.biw.kuleuven.be/ftc/index.html |