Practicum 1 : Overzicht van verschillende Europese rassen van landbouwhuisdieren

Terug naar Inhoudstafel Practica Veeteelt

 

Rassen van landbouwhuisdieren op het WorldWideWeb

Runderen

Varkens

Paarden

Schapen en geiten

Pluimvee

1. Runderen

De gedomesticeerde runderen die van de oeros (Bos primigenius) afstammen, worden in twee groepen onderverdeeld: de zebu’s (Bos indicus) zijn gekenmerkt door een bult in de nekstreek. Hun verspreidingsgebied is vnl. AziŽ en Afrika en sedert vorige eeuw ook in Zuid-Amerika. De bultloze runderen, ook soms Europese runderen genoemd (Bos taurus) komen voor in de meer gematigde streken in Europa, Amerika, OceaniŽ en Zuid-Afrika. Beide types kunnen zonder problemen met elkaar kruisen. Oorspronkelijk was het gebruiksdoel van het houden van runderen drieledig: vlees, melk en trekkracht. Dit laatste aspect is grotendeels weggevallen na de opkomst van de mechanisatie. Het is pas sinds vorige eeuw dat men het rund gaan fokken is op een specifiek gebruiksdoel. Door selectie is een sterke divergentie naargelang de aard van productie doorgevoerd: melktypes (of voortplantingstypes) en vleestypes. Bij tweeledige types (dubbeldoelrassen) zijn beide productiekenmerken in hetzelfde dier aanwezig, weliswaar in mindere mate dan bij de zuivere types. Momenteel zijn er een 450-tal runderrassen beschreven.

1.1. Onderscheid melktype - vleestype

Melktype Vleestype

Uier
- grote uier kleine uier
- hoge ophanging aan het bekken zeer lage aanhechting
- goede insnijding tussen de uierhelften weinig insnijding
- stand van de tepels

volle uier: naar beneden naar buiten
lege uier: iets naar buiten naar beneden

Bouw
- grote pens (ruwvoer) kleine pens (krachtvoer)
- veel beenderontwikkeling weinig beenderontwikkeling
- weinig spierontwikkeling spierhypertrofie

Voortplanting
- brede heup smalle heup (keizersneden !)
- veel biest en melk weinig biest en melk

1.2. Belgische rassen

1.2.1. Het Rood ras van West-Vlaanderen

De origine van dit ras is niet zo duidelijk gekend maar vermoed wordt dat het ontstaan is uit onderlinge kruisingen tussen de Britsche rode Schorthorn, Rood Kasselvee en Normandisch vee. Uit deze kern werd vervolgens een zuiver rood ras geselecteerd. Dit ras wordt vooral aangetroffen in het zuiden van West-Vlaanderen.
Het haarkleed is egaal rood doch soms kunnen er wel kleine witte vlekjes voorkomen. Het is een tweeledig ras met lichte nadruk op vleesproductie.

1.2.2. Het Wit-rood van Oost-Vlaanderen

Figuur

Dit ras wordt voornamelijk aangetroffen in de provincie Oost-Vlaanderen. Het haarkleed is overwegend wit met rode plekken over het lichaam en dit hoofdzakelijk in de kop en nekstreek. Het is eveneens een tweeledig ras maar wel met de nadruk op melkgifte.

1.2.3. Het Roodbont

Figuur

Het Roodbont ras komt voornamelijk voor in de provincies Brabant, Antwerpen en Limburg. Het is een ras van relatief klein formaat en sluit aan bij het Nederlandse MRY (Maas-Rijn-Yssel) vee. Het kleurpatroon is overwegend rood maar kan variŽren van hoofdzakelijk rood naar hoofdzakelijk wit. Het is eveneens een tweeledig ras maar net zoals het Wit-rood met de nadruk op melkproductie.

1.2.4. Het Zwartbont van BelgiŽ

Figuur

Het Zwartbont van BelgiŽ is oorspronkelijk van Nederlandse origine (ingevoerd omstreeks 1860) en is uitdrukkelijk aanwezig in het noorden van de provincies West- en Oost-Vlaanderen en in het land van Herve. Het is een duidelijk melktype. De melkproductie wordt echter wel meer benadrukt in het westen (Zwartbont van de Polders) dan in het oosten (Zwartbont van Herve) van het land.

1.2.5. Het Witblauw

Figuur

Het Witblauw ras komt hoofdzakelijk voor in Midden- en Hoog BelgiŽ. Het ras dankt zijn naam aan de haarkleur die varieert tussen egaal wit en een egaal blauwschijnend kleurpatroon. Het meest voorkomend is echter wel een witte achtergrond met blauwschijnende plekken. Uitzonderlijk komen er zwart-witte dieren voor. De kop is relatief klein ten opzichte van de rest van het lichaam. Dit ras is rond de eeuwwisseling ontstaan na het inkruisen van de Charolais en de Shorthorn in een lokaal ras. Aanvankelijk streefde men naar een tweeledig type. Na WO II werd bij een deel van de populatie het fokken op bespierdheid op de voorgrond geplaatst. Maw. binnen dit ras is er een divergentie doorgevoerd naar enerzijds tweeledigheid en vleesproductie anderzijds. Het vleestype heeft een hoog slachtrendement van 65 % en bij de zogenaamde ‘dikbil’ is er een zeer hoog aandeel van waardevolle stukken. Bij de witgekleurde dieren is er gevaar voor de erfelijke Witte vaarzenziekte (White Heifer disease) dewelke tot onvruchtbaarheid bij koeien leidt. Bij dit ras ligt het percentage moeilijke geboorten zeer hoog, zeker bij de eerste kalvingen waardoor er zeer veel keizersneden uitgevoerd moeten worden.

1.3. Andere bekende runderrassen

1.3.1. De Zwartbonte Friesian en de Holstein-Friesian

Figuur

Reeds in de 16de eeuw werd er in de Lage landen (vnl. Nederland en Denemarken) reeds melding gemaakt van een zwartbonte koe met een behoorlijke melkproductie. Dit ras was oorspronkelijk een dubbeldoelras: hoge melkproductie en goede bevleesdheid. Gezien de uitstekende productieresultaten is dit ras dan ook in belangrijke mate in vele landen aanwezig zowel binnen als buiten Europa. Ongeveer halverwege vorige eeuw ontwikkelde zich in Noord-Amerika een intense fokkerij van dit zwartbonte ras voor een uitermate hoge melkproductie: de Holstein-Friesians. Dit zijn dť melkkoeien bij uitstek en worden dan ook veelal ingekruist in lokale rassen om zo de melkproductie te verbeteren (= holsteinisatie) door KI met sperma van Amerikaanse en Canadese Holstein-Friesians. Hoe hoger de inbreng van HF bloed, des te melktypischer, des te hoger staan ze op de benen en des te minder bespierd. Een nadeel is wel dat de stierkalveren van het zwartbont weinig opbrengen en dit moet dan gecompenseerd worden door een hoge melkproductie. Tegenwoordig wordt er wel wat minder HF bloed ingebracht als gevolg van de ingestelde melkquota.

Ter vergelijking kalverprijzen per stuk (zonder BTW dd. februari 1997 te Ciney):

Zwartbont 2000 - 4000 BF
Rood-wit 3000 - 5000 BF
Rood 5000 - 6000 BF

Witblauw
gewone 9500 - 11500 BF
dikbil vaars 14500 - 16500 BF
dikbil stier 15500 - 16500 BF

1.3.2. Het MRY vee

Het MRY (Maas-Rijn-Yssel) vee wordt in de meeste Europese landen aangetroffen doch voornamelijk in Nederland waar het zijn oorsprong heeft. De kleur is een witte achtergrond met rode vlekken. De nek en schouders zijn rood. De kop is meestal ook rood met een witte streep vanaf de kruin tot aan de neusspiegel. Het is een tweeledig type met een zeer hoge melkgifte en een goede musculatuur.

1.3.3. De Charolais

Figuur

Dit ras van Franse oorsprong (streek van Charolles) is het vleesras bij uitstek en is momenteel in zo’n 60 landen aanwezig. De Charolais is een groot en fors rund met veel diepte en breedte en een korte en brede kop. De haarkleur is wit tot crŤmekleurig met een roze neusspiegel. Volwassen stieren bereiken gemakkelijk een levend gewicht van 1400 ŗ 1500 kg. Het slachtrendement is zeer hoog met een hoge opbrengst aan waardevolle delen, zeker bij de billemannen. Op bepaalde KI centra worden Charolais stieren ook geselecteerd op het voorbrengen van snelgroeiende kalveren (tot 1600 g per dag) voor de kalfsvleesproductie.

1.3.4. De Limousin

Figuur

Het oorspronkelijk fokgebied ligt in het midden van Frankrijk (rond Limoges). Eerst werd dit ras gehouden als trekdier doch na het doordringen van de mechanisatie is dit ras later omgefokt tot vleesrund. De haarkleur is eenachtig geel tot roodachtig geel met lichtere plekken rond de ogen, de neusspiegel en het onderste gedeelte van de borst. Het is een ras dat zonder problemen slechte weersomstandigheden verdraagt en gemakkelijk het ganse jaar door buiten kan gehouden worden (ook voor kalvingen). De Limousin is ook gekend voor zijn hoog slachtrendement en zijn mager en mals vlees van fijne structuur. Goed geschikt voor gebruikskruisingen en weinig geboorteproblemen.

1.3.5. Blonde d’Aquitaine

Figuur

Net zoals de Limousin werd dit Franse ras oorspronkelijk gehouden voor trekkracht en is later omgefokt tot vleesras, ook voor de kalfsvleesproductie. Het is een robust, weinig eisend en buitengewoon lang dier, met een relatief kleine kop en is eenkleurig lichtgeel tot korenkleurig. Zeer goede bespiering.

1.3.6. De Shorthorn

Figuur

Dit ras vindt zijn oorsprong in het graafschap Durham (Engeland). Het eerste stamboek ter wereld werd voor de Shorthorn in het leven geroepen (1822). Het is ook het eerste ras dat een wereldwijde verspreiding kende. Er zijn twee foklijnen te onderscheiden: de melk-Shorthorn (eerder een dubbeldoelras) en de vlees-Shorthorn. De romp van de vlees-Shorthorn heeft de meest vierkante vorm van alle vleesrassen. Er zijn drie kleurvariaties: wit, roodschimmel en rood. Bij deze laatsten komen er meestal witte vlekken voor op de onderbuik. Shorthorn bloed is in enorm veel lokale rassen aanwezig. Door een gebrekkige fokstrategie (zowel vlees- als melktype stieren in eenzelfde kudde ingezet) is de uniformiteit verloren gegaan waardoor de interesse in dit ras sterk gedaald is sinds WO II.

1.3.7. De Hereford

Figuur

De Hereford is een zeer oud ras dat al sinds eeuwen in Engeland gehouden werd. Het is een rund van gemiddelde grootte. De achtergrondskleur is rood. De kop, hals, borst, onderbuik, uier of scrotum, staartpluim, onderste deel van de benen daarentegen zijn wit. Er komt ook een smalle witte streep voor op de nek tot aan de schoften. De Hereford kent een grote verspreiding in ondermeer Engeland, Noord- en Zuid-Amerika, Zuid-Afrika en AustraliŽ. Het is een weinig eisend dier dat zich gemakkelijk overal aanpast en een goede vleesproductie oplevert. Er bestaat ook een hoornloos ras. De Hereford wordt voornamelijk als zuiver ras gehouden en weinig ingekruist in andere rassen.

1.3.8. De Jersey

Figuur

Zoals de naam het zegt, komt dit ras oorspronkelijk van het kanaaleiland Jersey. Het is een klein en sierlijk rund met fijne botten en geringe bespiering. De kleur varieert sterk: crŤmekleurig, geelbruin tot lichtrood tot bijna geheel zwart. De neusspiegel is meestal donker met een lichte zoom. Grote ogen. De Jersey is gekend voor zijn vette melk en wordt daardoor soms ingekruist om het melkvetgehalte van bepaalde kuddes op te voeren.

1.3.9. Aberdeen Angus

Dit ras is ontstaan in het noordoosten van Schotland (graafschappen Aberdeen en Angus). Het zijn volkomen zwarte dieren met korte benen. De kop is klein en hoornloos. Dit ras is goed bestand tegen ruwe weersomstandigheden, is weinig eisend en zeker niet agressief. Het slachtrendement is hoog, het vlees is fijnvezelig en gemarmerd. Rastypisch is de gele kleur van het vet. Het ras wordt aangewend voor gebruikskruisingen of voor het fokken van nieuwe rassen zoals de Duitse Angus.

1.3.10. Simmentaler (Vlekvee)

Figuur

De geschiedenis van de Simmentaler (ook Vlekvee genoemd) gaat terug tot de Middeleeuwen. Het is een middelgroot tot groot rund met stevige botten en een goede bespiering. Het dier is gevlekt met lichtgeel tot roodbruine vlekken op een witte achtergrond. De kop is meestal tot achter de ogen wit. Het is een dubbeldoelras met een goede melkproductie en behoorlijke vleesproductie. Is het meest voorkomende ras in Oostenrijk maar wordt ook in veel andere landen aangetroffen. Zeer geschikt voor kruisingen met andere kleinere rassen om de vleesproductie te verbeteren.

1.3.11. Galloway

Figuur

Dit klein tot middelgroot Engels ras is eveneens een vleesras. Het haar is lang en zacht. De meest voorkomende kleur is zwart, daarnaast zijn er ook geelachtig grijze tot lichtbruine dieren. De hoornloze kop is lang en breed, middellange hals en hoekige en hoge schouders. Als apart ras geregistreerd is de Belted Galloway (zie figuur) die over de romp een rondom lopende brede witte band heeft.

1.3.12. Scottish Highlands

Figuur

Kleine, eenkleurig roodbruine runderen met een lang en ruig haarkleed. Korte, brede kop met lange zijwaarts gerichte en naar boven gebogen horens. Van oorsprong afkomstig uit de Hooglanden van Schotland. Goede melkkoe met vlees van uitstekende kwaliteit.

1.3.13. Normandisch vee

Figuur

Grote, goed gespierde Franse runderen met veel diepte en breedte. Meestal uitbundig gevlekt. De kop is meestal wit. De ogen zijn vaak donker omrand net zoals de gepigmenteerde neusspiegel. De relatief korte kop heeft tussen voorhoofd en neus een deuk. Het is een dubbeldoelras met accent op melkgifte. Ook gebruikt als zoogkoe.

1.3.14. Enkele Italiaanse rassen

Chianina: het grootste runderras ter wereld. Uniform porselein wit met een lichtgrijze tint. Oogwimpers, staart, horens en neusspiegel zijn zwart. Zeer lange romp met smalle middellange kop. Zeer kort en glad haarkleed. Vroeger als trekrund gebruikt maar nu als vleesras gehouden. Uitstekende kwaliteit van vlees met weinig vet. Ongevoelig voor hoge temperaturen en ziekte-bestendig. Stieren kunnen tot 1900 kg wegen.

Figuur

Piemontese: middelgroot zuiver vleesras waarbij ook ‘billemannen’ voorkomen. De koeien zijn lichtgrijs met een donkere neusspiegel en anus. De stieren zijn meestal donkerder, in het bijzonder ter hoogte van de schouder, het bovenstuk van de voorbenen, de staartpluim en rond de ogen. Machtige spiermassa’s bij de nek, schouders en achterhand. Het enige Europese ras dat zebubloed in zich heeft.

Figuur

Romagnola: fors runderras waarvan de koeien wit tot lichtgrijs gekleurd zijn. De stieren zijn donkerder gekleurd, zeker ter hoogte van de hals en de ogen. Neusspiegel, oogleden, anus en staartpluim zijn bij beide geslachten ook zwart. Oorspronkelijk drieledig ras met nadruk op trekkracht, nu als vleesras gehouden. Heeft chianini bloed in zich.

Andere : Gelb vieh, Guernsey

 

2. Varkens

Onze nationale varkensstamboekwerking erkent op het ogenblik vier Belgische rassen:
- het Belgische landras (Ī 80 % van de Belgische markt)
- het Belgische Negatief ras: Door middel van een zeer intensief selectieprogramma werden stressongevoelige stammen binnen het BL opgespoord en verder ontwikkeld tot het BN ras. Er is een positieve relatie tussen vleesaanzet en vatvaarheid voor stress. Stressgevoelige dieren worden opgespoord met de Halothaan test. Jonge dieren worden verdoofd met het narcosemiddel halothaan. Bij stressgevoelige dieren trekken de spieren samen tijdens de narcose. Deze dieren komen dan niet meer in aanmerking voor de fokkerij.
- het Pietrainras (Ī 18 % van de Belgische markt)
- het Belgische Large White ras (Ī 1 % van de Belgische markt)

2.1. Belgische varkensrassen

2.1.1. Het Belgische landras

Figuur

Het Belgische landras (BL) werd in het begin van de dertiger jaren ontwikkeld door kruising van het oorspronkelijk aanwezige landvarken (een kort, vet en weinig bespierd varken) met het Duits landras. Naderhand werd ook het Nederlands landras ingekruist. Na strenge selectie resulteerde dit in een ras met een goede vruchtbaarheid, goede melkgifte, een behoorlijke groeisnelheid, goede voederconversie en een goede bouw.
Het Belgisch landras is een bespierd wit ras met neerhangende oren. Wel dient er op gewezen te worden dat het percentage stressgevoelige (Halothaanpositieve) dieren hoog is binnen dit ras. Vandaar de selectie op stressnegatieve lijnen (BN).

2.1.2. De Pietrain

Figuur

Dit ras is genoemd naar het Waals-Brabantse dorp van oorsprong rond de vijftiger jaren. Het is een middelgroot ras, heeft een gedrongen bouw, korte poten, rechtopstaande oren, en een brede rug. Naast deze kenmerken is het Pietrain varken ook gemakkelijk te herkennen aan de zwarte vlekken.
Het Pietrain varken staat bekend om zijn extreem hoge bespierdheid (voornamelijk de ham en carrť). Het vlees van Pietrain varkens bevat weinig (intramusculair) vet waardoor het eerder als droog en minder smaakvol vlees overkomt. Ook bij de Pietrain komt de positieve correlatie tussen bevleesdheid en stressgevoeligheid sterk tot uiting.
De Pietrain is erkend als een ideale berenlijn (=pietrainisatie). Immers, Pietrain beren worden zeer veel gebruikt om te kruisen met andere rassen zoals het BL ras om zo de bevleesdheid en conformatie te verbeteren. De Pietrain zeugen zijn vruchtbaar doch hebben een lage melkgifte. Onderstaande tabel geeft enkele productiekenmerken bij Pietrain en BL weer.

 

Pietrain

Belgisch Landvarken

slachtrendement

67 %

63 %

% ham

25 %

23,5 %

vlees : vet verhouding

9,2:1

6,3:1

2.1.3. Large White

Dit ras is afkomstig uit het graafschap Yorkshire (Engeland) en is qua aantal het meest voorkomende ras ter wereld zeker wanneer de Yorkshires (dewelke afstammelingen van de Large White zijn) in de VS en Canada meegeteld worden. Het kan gerust gesteld worden dat alle landen met een kwalitatief hoogstaande varkensstapel van de Large White gebruik gemaakt hebben in hun fokprogramma’s.
De Large White onderscheidt zich door de rechtopstaande oren, licht hellende snuit, witte haarkleur, roze huid en een lang karkas. Dit ras heeft de reputatie van een sterk en gehard ras te zijn met een hoge bacon- en vleeskwaliteit. Hun aanleg om te groeien zonder daarbij al te veel vet aan te zetten, heeft ze goed geschikt gemaakt om ze zowel bij lagere als bij hogere eindgewichten af te leveren. Ook kenmerkend zijn de grote worpen en goede melkgifte.
Vertrekkende van deze zuivere stamboekrassen worden thans ook meerdere types F1 zeugen aan de varkenshouder aangeboden. De combinatie van een F1 zeug (enkelvoudige kruising tussen bv. BL of BN met LW) met bv. een Pietrain beer geeft uitstekende mestvarkens.

2.2. Andere varkensrassen

2.2.1. Duroc

Figuur

De Duroc is het voornaamste varkensras in Noord-Amerika. Kenmerkend is de rode haarkleur dat kan variŽren van een lichte grondkleur tot dieprood. Dit ras staat niet bekend om ťťn bepaalde specifieke eigenschap maar door een evenwichtige verdeling van meerdere goede eigenschappen is het een aantrekkelijk ras geworden voor veel varkenshouders. Alle dieren zijn halothaannegatief. 

2.2.2. Yorkshire

Figuur

Dit ras is zonder twijfel afkomstig uit Yorkshire (Engeland) waar het bekend staat als Large White en werd in de VS geÔmporteerd eind vorige eeuw. Dit witte ras is gekarakteriseerd door zijn grotere lengte dan gemiddeld, een goed geproportioneerd lichaam, goede bespierdheid en rechtopstaande oren. Het ras is ook gekend voor de grote worpen en de uitstekende moedereigenschappen. Vanaf WO II werd de Yorkshire intensief opgenomen in kruisingsprogamma’s waardoor het ras een sterke bloei kende. Het moderne Yorkshire varken is sterk gespierd, met zeer mager vlees, relatief dun rugspek en een hoog slachtrendement. Daarnaast hebben de Yorkshire zeugen ook een goede reputatie opgebouwd als fokzeug en werden dan ook naar vele landen uitgevoerd.

2.2.3. Hampshire

Figuur

De Hampshire is eveneens een zeer populair ras in Noord-Amerika. Dit ras valt op door zijn zwarte kop, hals en achterste lichaamshelft. De borst en voorpoten daarentegen zijn wit. De kop is relatief lang. Het ras stamt af van de Britse Saddleback varkens (Hampshire, Engeland) en werd omstreeks 1825 in Amerika ingevoerd. Het Hampshire varken is een zeer aktief dier dat het ook goed doet in minder goede klimaatsomstandigheden. Ook kenmerkend zijn de grote worpen, een goede melkgifte en een laag uitvalspercentage. Daarnaast zijn er ook maar weinig rassen die de Hampshire overtreffen wat de bevleesdheid, karkaskwaliteit en vlees:vet verhouding betreft.

Andere : Vietnamees hangbuikvarken

 

3. Paarden

Algemeen wordt aangenomen dat alle tamme paarden tot slechts ťťn oervorm te herleiden zijn. Er zijn echter wel nog meningsverschillen over deze wildvorm die als oorsprong van het gedomesticeerd paard dient beschouwd te worden. Wel wordt het Przewalksi paard als een mogelijkheid voorop gesteld. Dit is een stevig, compact wild paard. De kleur varieert van grijs naar diep rood. De manen, de staart en de benen zijn zwart, de omgeving van de mond is bijna wit. Zwaar hoofd met kleine oren. Een opvallend kenmerk zijn de rechtopstaande manen. Voor het ogenblijk zijn er nog een 700 tal dieren in dierentuinen.

Figuur

De mens heeft altijd een bijzondere band met het paard gehad. Misschien is dit omdat het paard intelligent is en zich op zijn beurt op menselijke uitingen richt of omdat bij het paard niet het product het gebruiksdoel is maar wel zijn prestaties en samenwerking met de mens. Een paard bezitten is nog steeds een statussymbool. In de geÔndustrialiseerde landen heeft het paard als landbouw- en transportdier zijn betekenis nagenoeg verloren en dient het vnl. als sport- en recreatiedier. De paarden worden in drie groepen ingedeeld: de volbloedpaarden, de warmbloedpaarden en de koudbloedpaarden. Daarnaast zijn er ook nog de pony’s, ezels, muilezels en muildieren.

3.1. Volbloedpaarden

Een volbloedpaard is een rechtstreekse afstammeling van het Oosterse paard ttz. de Araab, de Berber en het Persisch paard.

Algemene kenmerken van volbloedpaarden:
- fijn en vast skelet
- dunne zachte huid
- goed gespierd
- kop is fijn besneden met breed voorhoofd
- lange en goed gerichte hals
- hoge lange schoft
- recht kruis
- hoog ingeplante staart
- nerveus karakter

Figuur

Arabisch volbloed (Araab): is zonder meer het edelste paardenras met oorsprong in het Arabisch Schiereiland. Alle kleuren komen voor uitgezonderd zwart. Opvallend breed en convex voorhoofd. Alleen die dieren waar de afstamming in zuivere lijn op een bepaalde oerstam terug te voeren is, worden als Araab beschouwd.

Berber: Noord-Afrikaans paard met een lang en recht voorhoofd, korte rug en hellend kruis. Alle kleuren komen voor. Vele rassen overal ter wereld zijn tot hun voorzaten de Berbers, te herleiden zoals de Engelse volbloed, de Lipizzaner en het Andalousisch paard.

Perzisch volbloed: gelijkt zeer veel op de Araab maar dragen de kop zeer hoog.

Engels volbloed: bij dit paard is het niet zozeer het exterieur maar de prestatie die van belang is in de fokkerij. Gefokt voor de wedrennen (tot 60 km/u). Fijne kop met grote ogen. Hoge schoft en sterk gespierde achterhand. Meestal bruin (vos) maar andere kleuren komen voor ook. Zeer strenge selectiecriteria vooraleer in het ‘Stud Book’ opgenomen te worden (bv ook prestaties van nakomelingen).

Frans volbloed (Anglo-Araab): ontstaan door kruising van Engelse volbloed met Araab. Dit paard is slanker dan Araab en minder slank dan Engelse volbloed. Sterke ledematen. Alle kleuren komen voor maar bruin het meest. Minder geschikt voor snelheidswedstrijden. Presteren zeer goed in dressuur en springwedstrijden.

Dravers: zijn over het algemeen langer, maar iets kleiner en met een fijnere bouw dan het Engels volbloed en met zeer krachtige beenderen. De achterhand is iets hoger dan de schoft. Speciaal voor de drafsport.

3.2. Warmbloedpaarden

Warmbloedpaarden werden vroeger gefokt om zowel de legers als stoeterijen van paarden te voorzien. Het zijn dan ook zadel-, spring-, of jachtpaarden. Vader- of moederszijde is meestal een volbloed. Het doel van de kruisingen was een energiek paard te bekomen met een hoog uithoudingsvermogen.

Algemene kenmerken van warmbloedpaarden:
- licht paard
- lange en fijne ledematen
- lang en cylindrisch lichaam
- convex voorhoofd
- zwanehals

Figuur

Vooraanstaande rassen zijn: Duits rijpaard, Trakehner, Lipizzaner, AndalusiŽr, Hannoveraan, Oldenburger, Nonius, Quarter horse, Morgan, Criollo.

3.3. Koudbloedpaarden

Koudbloedpaarden zijn zwaarder en massiever dan de vorige groepen. Ze werden oorspronkelijk gefokt voor trekkracht. Het zijn meestal zachtmoedige, rustige en weinig eisende paarden met een enorm uithoudingsvermogen en met een machtig beender- en spierwerk.

Figuur

Vooraanstaande rassen zijn: Brabants trekpaard, Ardens trekpaard, Shire (grootste paard ter wereld), Clydesdale, Rijnlander, Sleeswijker, Noriker, Percheron, Welsh Cob.

3.4. Pony’s

Figuur

Pony’s zijn natuurlijke bewoners van arme, bergachtige streken, hebben een groot uithoudingsvermogen, een goede weerstand tegen ziekten en een lange levensduur. De schofthoogte is niet meer dan 1,47 m.
Enkele gekende rassen zijn: Shetland-pony, Welsh-pony, Shetty, Falabelle (kleinste paarderas, ook tuin- of kamerpaard genoemd), Noorse pony of Fjordpaard, Haflinger.

3.5. Ezels, muilezels en muildieren.

Er wordt aangenomen dat de ezel gedomesticeerd werd rond 4000 BC. Voor het ogenblik zijn er enkel nog wilde ezels in Noordoost-Afrika: de Somalische en de Nubische wilde ezels. Ezels worden enkel als last- en trekdier aangewend. Er is ook geen echte selectie op basis van kleur, prestatie of uniformiteit doorgevoerd. Er worden drie rassen onderscheiden: de Afrikaanse ezel, de Egypische ezel en de Europese ezel (om. de Poitou ezel en Dwergezel).

Een muildier is het resultaat van kruising tussen een ezelhengst en een paardenmerrie. Muilezels daarentegen hebben een ezelin als moeder en een paardehengst als vader. Beiden hebben een verschillend exterieur. Aangezien het materneel effect doorslaggevend is, zijn muilezels doorgaans kleiner dan muildieren. Dit verschil hangt wel af van de grootte van de ouders. Mannelijke muilezels en muildieren zijn uitsluitend onvruchtbaar omdat er geen rijping van het sperma plaatsvindt. Vrouwelijke dieren kunnen in een uitzonderlijk geval vruchtbaar zijn.

 

4. Schapen en Geiten

4.1. Schapen

Wereldwijd zijn er ongeveer evenveel schapen als runderen gezien de vele gebruiksmogelijkheden (melk, vlees en wol) ervan, er geen religieuze taboes bestaan en het feit dat schapen zich kunnen aanpassen aan de meest uiteenlopende klimaatsomstandigheden (van woestijn tot poolcirkel). In vele, meestal ontwikkelde landen is de schapenteelt drastisch achteruitgegaan. Hiervoor zijn er evidente redenen: opkomst van de synthetische vezel, geen plaats meer voor grote kudden en zeker om economische redenen. Momenteel is het de helft goedkoper om diepgevroren schapenkarkassen vanuit Nieuw-Zeeland in te voeren dan hier zelf schapen te kweken en te versnijden. De grootte van de schapenpopulatie van ieder land hangt ook sterk af van bv. de eetgewoonten, areaal woeste en arm begroeide grond enz. De schapen worden klassiek in melk-, vlees- en wolrassen ingedeeld alhoewel veel rassen eerder dubbeldoelrassen zijn.

Texel: de Nederlandse Texelaar is een typisch vleesras, breed, geblokt en gespierd. De kop is kort, breed en licht met haar begroeid. De neus en de lippen zijn zwart. Brede borst, romp en achterhand. De texelaar ram is ťťn van de beste slachtlamvaderen ter wereld. De slachtlammeren groeien zeer goed en hebben een gunstige vlees:vet verhouding. De texelaar is ook geschikt om op zwaarder gewicht afgezet te worden doordat ze weinig vervetten (eindgewicht tot 49 kg). De vruchtbaarheid is toch nog behoorlijk.

Figuur

Suffolk: Engels ras met zwarte kop en benen. Dit ras behoort to de betere vlees-wolrassen. De slachtlammeren leveren goed kwaliteitsvlees als ze niet te lang aangehouden worden. De ram heeft eveneens een zeer vermaarde reputatie als slachtramvaderdier.

Figuur

Melkschaap: het Nederlandse Melkschaap is een groot, gerekt schaap met een hoge vruchtbaarheid en een bijzonder hoge melkproductie (tot 600 l per lactatie). De dieren hebben een grote, smalle, ongehoornde roomkleurige kop met een licht gebogen neus. De wol is van fijne kwaliteit doch de opbrengst is eerder gering. Grote fokwaarde wat betreft de eigenschappen vruchtbaarheid en melkproductie.

Figuur

Cambridge: Het Cambridge schaap werd recent (1965) ontwikkeld aan de Universiteit van Cambridge. De Cambridge is een ongehoornd, middelgroot schaap met een zwarte kop. Het is een zeer vruchtbaar ras met een hoge melkgifte. Het uiterlijk is minder belangrijk in de selectie daar voornamelijk op de prestaties gefokt wordt.

Figuur

Hampshire Down: dit is een geblokt, goed bespierd Engels vleesschaap met een opvallende zware, bewolde kop. De neus is licht gebogen en bedekt met zwart haar. De onderbenen zijn eveneens bedekt met zwarte wol. De rest van het lichaam is bedekt met een fijne crŤmekleurige wol. De lammeren groeien snel en zijn vlug slachtrijp (op 36 kg) maar daarna gaan ze vlug vervetten. De vruchtbaarheid is niet erg uitgesproken.

Figuur

Blue de Maine: dit Franse vlees- en wolras valt op door de brede, blauwe kop met grote oren. De huid onder de wol is ook blauw. Het schaap is overal goed bespierd. De witte vacht bedekt het gehele lichaam uitgezonderd de kop. Het ras staat de laatste jaren in de belangstelling omdat het een goede bespiering paart aan een goede lammerproductie van een uitstekende vleeskwaliteit. Veel aangewend in kruisingen met de Texelaar.

Figuur

Romanov: dit is een klein, sterk en sober Russisch schaap met een uitstekende vruchtbaarheid en moedereigenschappen. De romp is tonvormig waarbij de gewelfde borstkas opvalt. De kop is klein met beweeglijke, opstaande oren en grote ogen. De vacht is bij de geboorte zwart maar wordt later blauwgrijs. De uitstekende vruchtbaarheid maakt dit ras interessant voor gebruik in kruisingen om de rendabiliteit van de lamsvleesproductie te verbeteren. De bronst is niet seizoensafhankelijk waardoor er twee lammeringen per jaar kunnen plaatsvinden ook mede door de korte draagtijd.

Figuur

Ile de France: dit is een vroegrijp Frans vlees- en wolschaap met een lang bronstseizoen. Behalve de onderbenen is het schaap geheel bewold. De typische kopbewolling strekt zich uit tot de oogkassen. De ongehoornde kop is kort en breed met een bleke neus en een grote bek.

Figuur

Charollais: dit is een Frans ras met goede groei- en slachteigenschappen. Het schaap heeft een onbewolde brede kop met lange en beweeglijke oren. De kophuid is grijs of roze gepigmenteerd terwijl er ook zwarte vlekjes op de kop kunnen voorkomen. De wol is erg kort en fijn. De vruchtbaarheid is redelijk. De slachtkwaliteit van de lammeren is uitstekend tot een gewicht van 22 kg, daarna vervetten ze vlug. Dit ras krijgt ook meer en meer belangstelling als slachtlamvaderdier.

Figuur

Merino’s: bij de Merino worden twee types onderscheiden: het land- of melkschaap en het vleesschaap. De Merino is van Spaanse oorsprong. Het zijn hoornloze, middelgrote dieren met schuin naar voor hangende oren. De onbewolde delen zijn spierwit. Hoge wolopbrengst van uitstekende kwaliteit. Lammeren groeien sterk en hebben een behoorlijk slachtrendement. Bronst is niet seizoensgebonden en vruchtbaarheid is redelijk.

Figuur

 De K.U.Lovenaar

Op het ZoŲtechnisch Centrum te Lovenjoel werd in 1979 een kruisingprogramma opgestart met de bedoeling om de vruchtbaarheid van Belgische schapenrassen op te drijven en om daarbij nog zeer goede slachtlammeren te produceren. Hierbij werd geopteerd voor de vorming van een vruchtbare moederlijn via een dubbele kruising tussen het Suffolkras en het Belgische Melkschaap. Als slachtlamvader werd in eerste instantie gekozen voor het vleesras bij uitstek: de Texel, ter productie van een slachtlam met optimale slacht- en versnijdingsresultaten. Momenteel lopen ook nog proeven waarbij Lovenaarooien gekruist worden met ander slachtlamvaders: Suffolk, Charollais en Hampshire. De ‘K.U.Lovenaar’ is inmiddels uitgegroeid tot een eigen ras.

Daarnaast wordt ook onderzoek verricht naar het inkruisen van het zogenaamde Fertility-gen (het F-gen) in minder vruchtbare vleesrassen. Zo wordt gepoogd om het F-gen van Cambridge orgine in te kruisen in het Suffolk en Texel ras. Ook het Booroolagen wordt in het kader van een Europees project bestudeerd (zie ook Practicum VI: Werkbezoek aan het ZoŲtechnisch Centrum te Lovenjoel).

Kruisingsschema

P: Suffolk ram x Melkschaap ooi Melkschaap ram x Suffolk ooi

F1: SM ram MS ooi

F2: Lovenaar ooi x Texel ram

F3: slachtlam

 

4.2. Geiten

Geiten komen, met uitzondering van het Poolgebied overal ter wereld voor. Ze zijn uitdrukkelijk aanwezig in (semi)aride gebieden waar andere huisdieren moeilijk gehouden kunnen worden. Ze zijn zeker niet kieskeurig wat hun voedsel betreft. Geiten worden gehouden voor hun melk (ook voor kaasbereiding), het vlees en de huid. Bepaalde goede melktypes kunnen tot 20 keer hun eigen gewicht aan melk produceren. Er zijn ook geiterassen die gehouden worden voor hun wol: de Angora-geit levert de bekende Mohair wol (wereldproductie 15000 ton per jaar!) en de Kashmir-geit. In vroegere tijden werd de geit ook aanzien als ‘de koe voor de arme mens’. Een nadeel van de geitenhouderij is de doordringende geur van de bokken. In de wereld zijn er ongeveer 200 geiterassen waarvan de Angora, de Kashmir, de Boerengeit (beste vleesras), de Duitse Edelgeit, de Saanengeit, de Toggenburger, de dwerggeiten (West- en Oost-Afrikaanse), de Soedanese woestijngeit en de Somaligeit de belangrijkste zijn.

 

5. Pluimvee

Onder gedomesticeerd pluimvee van enige economische betekenis (eieren - vlees) worden zowel de kippen (Gallus domesticus), kalkoenen (Meleagris gallopavo), ganzen (Anser anser), eenden (Anas platyrhynchos), japanse kwartels (Coturnix janonica) en parelhoenders (Numida meleagris) gerekend. Deze pluimveerassen hebben het vermogen om te vliegen verloren. Vůůr WO II kon men allerhande pluimveerassen op elke boerderij aantreffen. Tegenwoordig is dit veel minder het geval en dan niet meer uit economische overwegingen naar eerder uit liefhebberij. Inderdaad, geleidelijk aan heeft de pluimveeteelt een meer productieve richting ingeslagen. Dit is zeker het geval voor de kip (leg- en vleesrassen) en kalkoenen waarvan de productie een sterke industrialisatie en schaalvergroting heeft ondergaan.

Algemeen wordt aangenomen dat de belangrijkste wilde voorvader van de kip de rode Bankiva Kamhoender (Red Jungle fowl, Gallus gallus) uit Zuidoost-AziŽ is. Bij de kip is er een enorme diversificatie naar leg of naar vleesproductie doorgevoerd. De industriŽle selectie is in handen van slechts een beperkt aantal multinationale vermeerderingsbedrijven. Deze industriŽle lijnen zijn het finaal product (hybriden) van meestal drie- of vierwegskruisingen.

Legkippen

Bij de legrassen wordt er meestal onderscheid gemaakt tussen lichte en middelzware legrassen of tussen witte en bruine leggers. De Leghorn (Single Comb White Leghorn) is het dominerende ras voor wat de productie van witte eieren betreft. Ancona’s en Minorca’s zijn eveneens goede witschalige legrassen. Bruine eieren worden commercieel geproduceerd door kruisingsproducten van verschillende middelzware, dubbeldoelrassen zoals de Barnevelder, Wynandottes, Rhode Island Red, Plymouth Rock, New Hampshire en de Australorp. De moderne leghybriden produceren gemakkelijk 300 eieren en meer per legjaar en dit met een voederconversie van gemiddeld 2,4.
Een aantal belangrijke commerciŽle lijnen zijn Tetra-SL (H), witte en bruine Hissex (Ndl), Hy-line (VS), Bovans (Ndl).

Figuur

Vleeskippen

De huidige vleeskip is het finaal product (hybride) van meestal een vierwegskruising gebaseerd op de de White Cornish en de White Plymouth Rock. Het is een dier dat op de leeftijd van 6 weken een levend gewicht bereikt van 2,2 kg en dit met een voederconversie van 1,75. De gemiddelde vooruitgang in groei door selectie bedraagt ongeveer 40 g per jaar. Doch deze intense selectie op groei heeft ook een aantal nefaste gevolgen met zich meegebracht zoals een verhoogde vetaanzet, meer pootgebreken en metabole aandoeningen (sudden death, buikwaterzucht) en een sterk verminderde reproductiecapaciteit van de ouderpopulaties. Dit laatste brengt met zich mee dat de ouderdieren sterk gerantsoeneerd moeten worden (40 ŗ 50 % van ad libitum) wil men nog een aanvaardbare eiproductie bekomen.
Gekende commerciŽle hybriden zijn Hybro (Ndl), Ross (UK), Cobb (VS), Arbor Acres (VS), Hubbard (VS), Lohman (D), Kabir (Is).

Enkele hoenderrassen die nog in zuivere vorm bestaan zijn:

Ancona’s: Italiaans ras dat ontstaan is uit onderlinge kruisingen van verschillende hoenderrassen. Verwant met de Leghorn die eveneens van Italiaanse origine is. Het ras komt voor in zwart- of blauwgeparelde kleurslag waarbij 1 op de 3 veren een witte punt heeft. Legras van grote, witte eieren.

Figuur

Australorps: zwartbevederd, dubbeldoelras gefokt in AustraliŽ vertrekkende van de Engelse Orpington. Werd gekruist met de Rhode Island Red om de vleesaanzet te verbeteren.

Barnevelders: middelzware, tweeledige kip die koffiebruine eieren legt. Bevat bloed van de Cochin, Orpington en Langhans.

Figuur

Brakels: Oud Belgisch ras gekend voor zijn goede legsters van grote witte eieren. Ook Campine genoemd.

Figuur

White Leghorn: Italiaanse witbevederde legkip. Hťt legras bij uitstek van witte eieren.

Indische vechthoenders: Engelse zeelieden namen vanuit IndiŽ Maleierachtige hoenders mee. Deze hoenders werden gekruist met lokale rassen (bv. Game Fowl) en zo ontstond de ‘Indian Game’ waarvan de hanen zeer begeerd waren voor de vechtsport. Deze vechthoenders bleken door hun zeer brede bouw ook als vleeshoen uitstekend te zijn. In Amerika wordt dit ras de Cornish genoemd en op grote schaal gekruist met andere rassen ter verbetering van de groei en vleesaanzet. Wordt terecht beschouwd als de stamvader van de hedendaagse vleeskuikens.

Figuur

Mechelse koekoek: gestreept zwart-wit Belgisch ras met pootbevedering. Voor WO II was dit een van de beste vleesrassen. In Nederland werd op basis van dit ras een ander ras geselecteerd zonder pootbevedering: de Noord-Hollandse blauwe.

Figuur

Lakenvelders: de Lakenvelder is een opvallend ras met een helderwit lichaam tussen het diep fluweeelglanzend zwart van hals en staart. Dit kleurpatroon komt ook bij runderen, varkens en geiten voor. Het is een beweeglijke kip met een redelijke legcapaciteit van witte eieren.

Figuur

Minorca’s: zwarte, zeer goede legkip van witte eieren van origine uit Spanje en Portugal afkomstig. Het heeft een grote invloed gehad op de Leghorn en de Brakel.

New Hamshire: Amerikaans bruingeel ras gefokt als nutshoen uit de RIR. Gekend voor zijn prima legcapaciteit van grote bruinschalige eieren, snelle groei en goede vleesaanzet. Veel ingezet als gebruikskruising bv. New Hampshire haan x RIR hen.

Figuur

Plymouth Rock: Amerikaans witbevederd dubbeldoel ras. Uit kruisingen van de Cornish en Plymouth Rock zijn de Cornirocks ontstaan die een voorname rol spelen in de vleeskuikensector.

Figuur

Rhode Island Reds: Amerikaans roodbevederd ras met prima legcapaciteit van bruinschalige eieren. Kruisingen van White Leghorn hanen en RIR hennen zijn zeer begeerd.

Figuur

Wynandottes: sierlijk dubbeldoelras dat in enorm veel kleurencombinaties voorkomt.

Figuur

Krielen of Bantams: verzamelnaam voor een groot aantal krielrassen. Dit zijn hoenderrassen van klein formaat (700 ŗ 800 gr) en in enorm veel variŽteiten voorkomend (allerlei kleurpatronen, groot of kleinkammig, met of zonder baard of voetbevedering enz.). Levendige en weinig eisende rassen. De hennetjes worden wel broedsig.

Figuur

Andere : Cornish Red, Sumatra, Orpington, Brahma, Sebright, naakthalskip, silk, frizzle


Eduforum-server (http://eduforum.rug.ac.be), e-mail: edumaster, update : 10/06/2000